Fourth Journey (MS 107/3/1-2)

31st July 1779


[31st July 1779]

frisse ooste wind schoon weer.
term: 44 - 82 - 70

vertrokken deselve coers op. kon van de berg op dewelke ik klom de zee duidelyk in z:w: en w: zien dog in het z:w: 't naast 6 myl, by de zee scheen het een lage vlakte en wit sandduin. daalden ten eersten met onse wagens sterk af so dat wy na omtrent ses uren rydens(al langs de nu droge leentjes rivier) niet boven de ses hondert voet meer boven de zee waren.
kregen het ten eersten warmer en het veld gloeide van bloemen die de schoonste couleuren der wereld door een vertoonden. gele oxellus, oranje arctotus, rode, gele en purper blaauwe mesembriantimums etc. hier stonden ook vele koker bomen (agave) in bloem. drie soorten geraniums. hieten dese plaats de floraas of bloeme cloof na seven en een half uur rydens kwamen by een fontein, dog een hottentot seide dit de kookfontein niet te zyn daar wy na toe wilden, egter had hy mis. wy reden dus langs een ongelyke weg nog seven uur verder langs een droog riviertje, en vonden eindelyk wat tamelyk water so dat wy uitspanden. schoten een haas en myn honden vongen een yservarken, rakende allen sterk gekwetst in zyne pennen. hiete dese plaats de honger Cloof, klagende ons volk over honger, wy slagten hen een schaap. alles sanderige slegte caro, ook brak


[31st July 1779]

Fresh east wind; fine weather.
Thermometer: 44-82-70.

Departed in the same direction. From the mountain, which I climbed, I could clearly see the sea in the south-west and west, but closest in the south-west, about 6 miles. At the sea there appeared to be a low flat plain with a white sand dune. We descended steeply at first with our wagons so that after riding for about six hours (always along the now dry Leentjies River) we were not more than six hundred feet above sea level. We found it warmer at first and the veld blazed with flowers which showed intermingled the most beautiful colours in the world: yellow oxalis, orange arctotis, red, yellow and bluish-purple mesembryanthemums etc. There were also many quivertrees (agave) in bloom here (three kinds of geraniums). We called this place the Floraskloof (Bloemkloof). After a seven and a half hour’s ride we came to a spring but a Hottentot said it was not Kookfontein, which we were trying to reach. He was mistaken however. We therefore went on riding further for a another seven hours along an uneven track beside a dry rivulet and eventually found some reasonable water and thus outpanned there. Shot a hare and my dogs caught a porcupine, all of them getting themselves badly wounded by its quills. Because our company complained of hunger, I called this place Hongerkloof. We slaughtered a sheep for them. Everywhere sandy, poor Karoo-soil, also brack.