Journals

Second Journey (MS 107/1/1-2)

6th November 1777


transcription

[6th November 1777]
den 6

vertrokken s'morgens noordelyk op, om na de berevaley, zo genaamt, omdat er de eersten menschen van dien naam gewoont hebben met zegt dat die wel twintig uur noord van hier is en dat er hier vele leeuwen zyn, weshalven wy ons geweer klaar maken. trokken door enige drajen van het einde swarte gebergten noord noordwest en wederom n en n n o, de ńabe of witte uit latende de Cloof daar hy in woond, op onse regterhand.
zagen toen wy boven op de vlakte kwamen, een tak bergen die by het toverwater cloof uit de swarte bergen noord oost en oost aan loopt, de `kwa geheten, trokken desselfs oostelyke hoek welkers stratas veel na de tafelberg aan de caap lyken na vier uren distantie van van der merwe in het n n oost om. het gebergte dat wy n o van ons sagen op de distantie van 6 a 7 uren en de rietbergen genaamt lag lager als daar wy waaren, schoon in een vlak Caro velt, gingen met etages af n:o: op passeerde met sons ondergang een Cloof dewelke een andere tak van het gebergte agter de kwa van de rietberg scheid, de sansee of rhebokke cloof, waarna wy weerder n:w: aanreden omtrent een half groot uur n o van dese saan see loopt de carieka door een poort van dese rietberg, en hiet hier de grote rivier, zy liep so ver ik ze nasien kon hier oost aan, men segt dat se verder de gamtous rivier word

[annotated on page 41:]
het begon hier donker te worden met sterke regenbuien uit den z:z:w: en men zeide hier vele leeuwen te zyn, weshalven men voorsloeg om hier te blyven, also men de leeuw in den nagt niets ontsiet, en er ook vele by de berevaley zullen zyn en geen hout om vuur te maken, waarop hout dat hier genoeg was agter op de wagen liet smyten, en verkoos verder te ryden. wy reden dan om de west punt van de rietberg en kwamen omtrent elf uuren s'nags aan de zogenaamde berevaley, zonder ene leeuw gesien of gehoord te hebben het regende nog met kleine vlagen, sloegen de tent op en het hout dat mede genomen had quam ons wel te pas, om ons te warmen zynde het nog z:z:w: en seer kout.
by het vuur sittend en hoorden wy iets naar ons toe komen, met een gebrom en door enig hout heen barsten, wy dagten dat het de leeuw was.

[page 42-43]
de hottentotten waaren zo bang dat zy zonder vuur brand in de hand geen stap van de wagen wilden doen, nam myn geweer en, na het dier dat nu sien konde toegaande terwyl de hottentotten met brandhouten ligten, sag ik duidelyk een swartagtig dier naar ons toekomen, en er op aan leggende om te schieten, begon het te blaren en vond toen het by my kwam dat het een kalf was, welkers moeder na gedagten van de leeuw gedood, of anders verdwaalt was, bonden het aan de wagen en gingen leggen slapen. onse cours is vandaag gecoppelt noordoost geweest twaalf uuren distantie, dog veel meer door draayen terrein als vooren, weinig of in het geheel geen water als twe kleine kuilen. vele misembriantemums, zagen vele springbokken, ook enige rhebokken.

[annotated on page 41:
den 6

[ses] [agt] [twaalf] [vier] [ses] [agt]
57 59 62 60 58 [blank]

zuid zuid weste frisse wind betrokke regen lugt zeer koel.
om negen uren een donderslag

van sons ondergangk tot middernagt regen buien. en kout.
onse gekoppelde coers is vandaag geweest n n oost 12 a dertien uren
schoon veel meer door de drayen. alles caro, rosse kleigrond met klippen.]

translation

[6th November 1777]
The 6th

Temperature. 6 o’ clock in the morning 8 o’ clock in the morning Afternoon 12 o'clock Afternoon 4 o'clock Evening 6 o'clock Evening 8 o'clock
57 59 62 60 58 [blank]

Fresh south south-west wind, overcast rainy sky. Very cool. A clap of thunder at nine o'clock. From sunset to midnight showers of rain and cold.

Departed northwards in the morning for Beerevlei, so called because the first people who lived there were of that name. It is said to be a good twenty hours north of here, and that there are many lions here and for this reason we made our guns ready. We travelled with some turns, from the end of the Swartbergen range, going north-west and again north and north north-east out of the Nabe (or Witte), leaving the kloof where he lives on our right. When we had reached the plain at the top we saw a branch of mountains which issue from the Swarteberg chain at the Toverwaterkloof, running north east and east. It is called Kwa; we travelled north north-east around its eastern corner, the strata of which greatly resemble Table Mountain at the Cape, four hours distance from Van der Merwe. The range that we saw north-east of us at a distance of 6 to 7 hours and which is called the Rietbergen lay lower than where we were, although we were in flat Karoo-veld. We descended north-east from one level to another. At sunset we passed a kloof, the Saansee or Rhebok Kloof, which separates another brand of the range behind the Kwa from the Rietbergen. After this we again rode on north-west again. Rather more than half an hour north-east of this Saansee, the Carieka runs through a defile in the Rietbergen and is called the Groote River at this point. So far as I could see it ran east here. I am told that it later becomes the Gamtouws River.

It began to get dark here with heavy showers of rain from the south south-west and we were told that there were many lions here. For this reason the people we propose staying here because lions spare nothing by night and there would be many at Beerevlei and no wood to make a fire there. Whereupon, I gave orders for wood, of which there was enough here, to be thrown on the wagon and decided to travel on further. We therefore travelled around the western tip of the Rietberg and at about half past ten at night came to the so-called Beerevlei without having seen or heard a single ion. It was still raining in short gusts . We pitched our tent and the wood that we had brought with us served us well, warming us since the wind was still south south-west and very cold. Sitting by the fire we heard something coming towards us, roaring and crashing through a thicket. We thought that it was a lion.

[page 42-43]
The Hottentots were so frightened that they would not take a step away from the wagon without a firebrand in their hands. I seized my gun and going towards the animal which I could now see, while the Hottentots lit the scene with flaming wood,. I clearly saw a blackish animal coming towards us; and while I was taking aim to shoot, it began to bleat and I saw when it reached me that it was a calf, whose mother had presumably been killed by a lion or otherwise had strayed. We tied it to the wagon and went to sleep.
Our complete route today was north east, a distance of twelve hours but much longer due to turns. Terrain as before, little or on the whole no water but for two small pools. Many mesembryanthemums. Saw many springbok, also some rhebok
Our complete route today was north north-east l2 to 13 hours, though much longer on account of the turns. Karoo everywhere, reddish-brown, clayey ground with stones.