Journals

Fourth Journey (MS 107/3/1-2)

19th August 1779


transcription

[19th August 1779]
19

term 50 - 66 - 56.
mooy weer z:o: weinig die namiddag opwakkerde. aan strand z:w: was doordien de zee meer wind als het land over laat trekken. na middernagt stil.

vertrokken met myn schuit, waarop wy een zyl gemaakt hadden, van het deksel de tent een onser wagens. dat na enige proeven goed gong, dog stil zynde roeide wy na de linker zyde der mond, daar wy visten dog niet veel vongen, enige kleine harders en steenbraassems. vond de mond omtrent 1000 pas. een ½ quartier gaans breed.
men kon er geen stroom in bekennen so sterk liep overal de branding der zee er in, en de heele kust langs tot wel een half myl van de wal. so dat schoon ik geen eene klip langs strand sag. (meest alles een graaw sand met mica, ook vond ik in het sand rode delen die door de microscoop als kleine robyntjes schenen ook pellucide.) so dat het onmogelyk is voor eenig vaartuig of schuit hier binnen te komen, het was half hoog water toen ik er quam, en by laag water was alles het selfde. vond langs strand weinig schulpen enige kleine keitjes en opgedreven bomen, alles een lage kust so dat met hoge zee en rivier dit alles moet onderlopen. peilde de twe gebroeders z:o:t.z: drie myl en de noord punt der riviers mond n:w: ½ w. keerde te voet weer te rug en doordien de valey of vlakke kom water die de rivier voor den mond formeert met een tak zuid een half uur gaans op schiet tot digt aan zee so moet de linker zyde der mond by hoog water een eyland zyn hier staat gras en biesen en houden sig water vogels, dog het gras nu hier schaars zynde, zyn de hippopotamussen de rivier opgetrokken, uitgenomen twe of drie wiens vars spoor ik vond, dog dewelken ik niet sag. keerde met den avond te rug en de wind fris zuidelyk zynde seilde de schuit met het overig volk fris te rug.

[page 18]
vond met groote blydschap de hottentot te rug gekomen die wy voor verloren hadden gehouden en van dorst versmagt Ik laafde hem ten eersten met een soopje en gaven hem te eten also hij byna van honger af was, hebbende den doden oliphant die syne makkers geschoten hadden, niet gevonden. kregen de goede tyding dat onse hottentotten een zebra geschoten hadden, ook hadden zy 12 struiseyeren gevonden. so dat honden en menschen weder kost hadden. Sy hadden ook een leeuw gespoort die een eland besprongen had, en er sig aan vast hield de agter klaauwen op de grond, terwyl de eland nog met hem voortliep.

translation

[19th August 1779]
19

Thermometer: 50-66-56.
Nice weather. A light south east wind rising in the afternoon.
On the shore it blew from the south west because the sea creates more wind than the land. Calm after midnight.

Departed in my boat for which we had made a sail from the covering (tent) of one of our wagons. After some trials it sailed well. But because it was calm we rowed over to the left side of the mouth, where we fished but did not catch much: some small harders and steenbras. Found that the mouth to be 1000 paces wide ten minutes going. The surf breaks so strongly into it that one cannot discern a current nor along the whole coast for half a mile from the bank so that, although I saw not a single stone along the shore, it is impossible for any vessel or boat to get into [the mouth]. (The sand is almost entirely a grey, with mica. I also found red particles in the sand which looked like little rubies under the microscope; they were also pellucid). The tide was half high when I came and at low tide it was everywhere just the same. I found only a few shells along the shore, some pebbles and washed-up trees. The coast is low everywhere so that it must be completely covered when the sea and the river are high.
Took bearings on the Two Brothers south east by south, three miles; the north point of the river’s mouth, north west half west. Returned again on foot; and because the vlei or flat basin of water which the river makes in front of the mouth has a branch running south for an hours distance right up the sea, this means that the left side of the mouth must become an island at high tide. There are grass and rushes here, inhabited by water-fowls , but there being scan grass here now the hippopotamus have moved upstream, excepting two or three whose fresh tracks I found. I have not seen them however. Returned in the evening and having a fresh southerly wind sailed briskly back with the rest of the people.

[page 18]
Found with great joy that the Hottentot we had previously taken for lost had come back, parched with thirst. To start with I refreshed him with a sop and then gave him food to eat as he was almost dead from hunger, not having found the dead elephant his companions had shot. Received the good tidings that our Hottentots had shot a zebra and that they had also found 12 ostrich eggs. So once more both dogs and men had food. They had also followed the tracks of a lion which had sprung upon an eland. It held fast to it, its rear claws on the ground, while the eland continued to walk forward with it.