Journals

Fourth Journey (MS 107/3/1-2)

15th December 1779


transcription

[page 38]
[15th December 1779]
15

't selfde weer smoorheet, een donderbuy, met den middag in het n:o: digt by ons. fors west agtermiddag.

na twe uur kwamen, by de kleine brakke fontein. tambees. en al afdragend z:w: op na een uur tussen een poort daar een struisvogel ons tegen kwam, aan de rivier dien wy nog laag vonden, na drie kwartier west op langs deselve gegaan te syn, gingen wy sonder afpakken tot de heupen door een schone sandige drift, weinig stroom, zynde dit de compagnies drif. garagas (korhaan) in het hottentots. hier was het sand op de oevers so heet dat het door de schoenen brande. laden af op de veeplaats van enen meiburg die by de Caap woont, vonden hier een hottentottin en swarte slaaf. schoenmaker onder wien die veeplaats staan, legt vier myl westelyker.
vertrokken met de avond z. op met een draay om de bergen en na vier uren mars weer aan de rivier hebbende maar een en een half myl west. vond hier de wagen en alles in order hebbende myn hottentotten myn tent opgeslagen. besorgden myn camele vel en benen. vond Schoenmaker hier, synde van syn onderste plaats gekomen.
dese hiet goedouw (schape weg) en de onderste homnaries. dese rivier plaatsen sy vol gras geweest, dog nu afgeweid zynde en de weinige regen die er vald nu seer sandig en weinig gras, lopende de rivier te diep dus ook niet om uit te leiden om tuin of koorn te zaayen om het land te bevogtigen hier is een goede drift, dat ons twe uren in de regte was geweest so wy het geweten hadden.

translation

[page 38]
[15th December 1779]
15

The same weather, stiflingly hot. In the afternoon a thunderstorm in the north east close to us. Fresh west wind in the afternoon.

After two hours, came the Kleine Brak Fontein or Tambees, and continued descending south west for more than an hour though a defile in which we encountered an ostrich, we reached the river which we found was still low. After going for three quarters of an hour west beside same, we crossed without unloading a fine sandy drift which reached up to our hips and had little current. This was the Compagnies Drift, Garragas or bustard in Hottentot. Here the sand on the banks was so hot that it burned through shoes. We off-loaded on the stock farm of a certain Meiburg who lives at the Cape. Found a Hottentot woman here and a black slave. Schoemaker, who is in charge of this stock-farm, lives at present four miles to the west.
Departed south in the evening with a turn around the mountains and, after a four –hours march, reached the river again, having only made one and a half miles to the west. Found the wagons here and everything in order, Hottentots had pitched my tent. Attended to my giraffe skin and its bones. Found Schoemaker here who had come from his lower farm. This place is called Goedouw or Sheep-path and the one below is called Homnaries. These river farms had abundant grass but have now been grazed down and because little rain has fallen they are now very sandy and with little grass. The river runs too deep to water the land thus it cannot be led out for gardens or planting wheat. This is a good drift which was only two hours straight ahead had we but known.