Journals

Fifth Journey (MS 107/4)

28th December 1785


transcription

[page 22]
[28th December 1785]
den 28

vertrok s’morgens te paart na ene Juffer Coopman die een bastert hottentottin vond en getrouwt was geweest aan een blanke, Coopman genaamt geweest
de basters schoon cristenen mogen geen dienst onder de burgery doen.
hier eindigen noord op in de bergen de sogenaamde Ceder bomen waarom ik na die plaats toe reed, (n.b. dog kleinder cipresbomen groeien op vele plaatsen in het land.)

[page 22a]
nog al donderlugt in het O.
28 seer warm
term. 80 ­ 94 ­ 86
de wind dwarlde weer met de son om, en woey fris op de middag

na anderhalf uur met een draay door het W aarriveerde z. w. aan op die plaats
en vond die cederbomen cipres bomen te zijn dog die hier in de bergen seer hoog groeien ja tot 50 en hoger voeten staan en zuidwaards aan maar twe dag reisens aanschieten, dus is het gelegen met de wolve gift struik die groeien alleen in den omtrek van den noordelyken bidouw en maskamma
keerde ten eersten weer te rug
vertrok agtermiddag o z o aan een grote sand hoogte op en na 1 en een half uur rydens verliest sig ik het sandveld en verandert op de selfde rug of hoogte in hard kleiveld met klippen of caroveld, en het gebergte wierd hier regulierder, van etages tot etages alleen met klipbanken en sag veel uit met tafels als de sneeuwbergen de klippen veranderden ook en waren harder en vaster. reed enige hoogtens af, en passeerde enige seer grote steiltes voor al eene de Uitkyk genaamt, so dat myn kleine hottentot terugsond om aan de wagen te bevelen deselve met riemen vast te houden

.........................gint hier
de kom van J: Coopman is laag en diep en hiet het pakhuis,
brandewyns riv: begint hier
dese plaats word by derisie door de buren de kleine caap genaamt om de vele kleine en slegte hutjes ik merkte hier weer op, dat in de meeste commen de crantsen op de overs rondom na die commen sien.

sag de z o telyke biedouw riviertje uit de sogenaamde Cederbergen komen en oost aan na doorn riv: in de Caro lopen. arriveerde na drie en een half uur in alles op de plaats van den veld Corporaal frans lubben geheten de biedouw aan dese syde doornrivier.

sandig egter hier en daar doornbomen (mimosas)

n.b. doordien hier veel water is om uit te leiden kan men hier alles hebben. so als hier ook vrugtbomen wyngaart en koorn, schoon alles sanderig om dat sy in de rivier moeten sayen

translation

[page 22]
[28th December 1785]
The 28th

In the morning left on horseback for a certain Mrs Coopman whom I discovered was a half-breed Hottentot woman who had been married to a white man called Coopman. Half-breeds, even if they are Christians, may not perform any of the duties of a burgher. The so-called cedar trees, the reason I rode to this farm, come to an end here, north in the mountains (N.B. But smaller cypress trees grow on many farms in this country.)
By going an hour and a half with a turn through the west and then to the south west

[page 22a]
A thundery sky still in east. Very hot.
Thermometer 80-94-86

The wind again whirled with the course of the sun and blew freshly at noon.

I arrived on this farm and found the cedar trees to be Cypress trees. However they grow very tall here in the mountains and even reach up to 50 feet and higher and extend to the south for only a two days’ journey. Thus it similar to the Wolvegif shrub which only grows in the northern parts of the Biedouw and Maskamma.
I first returned; departed east-south-east in the afternoon up a large sandy hill and after riding for one and a half hours, the sandy country fell behind, changing on the same ridge or height into hard stony-clay country or Karooveld. The mountains range becomes straighter here with layers lying upon layers, only with stony bands. Also saw many with table-tops like in the Sneeuberg. The rocks also changed and were harder and firmer. Riding downhill from the heights I passed some very steep places, in particular one which was called De Uitkyk. So I sent my young Hottentot back to tell the order the wagon to be secured with straps.

The basin at J. Coopman’s is low and deep and is called the Pakhuis. The Brandewynrivier begins here. In a derisory way this place is called Little Cape Town by the neighbours on account of the many small and bad huts. Here, once more, I noticed that in most basins, the cliffs face the on the surrounding banks

Saw the south-east Biedouw rivulet flowing from the so-called Cederberg and east onward into the Doorn River in the Karoo.
After three and a half hours in all arrived on the farm, of the Veld-Corporal Frans Lubbe, called the Biedouw, on this side of the Doorn River.

Sandy with thorn trees (mimosa) in places.

N.B. Because much of the water here can be channeled out one could have everything here, such as fruit trees , vineyards and wheat. It would all be in sandy soil though because these crops would have to be sown in the river bed.