Fourth Journey (MS 107/3/1-2)

20th November 1779


[20th November 1779]

't selfde weer en wind, dog in den morgen al west.

Spanden uit by gamter, iets hoger als in onse optogt. om dat niet in de klippen wilde ryden, sag van de morgen sestien grote oliphanten en enige kalveren, op een duisend passen sy gingen weiden en keken na de wagen. ook vyf camelen, en een jong. ook enige kwaggas. wanneer een cameel stapt, ligt hy altydt beide benen van ene

[page 28]
zyde tegelyk op. anders gallopeerd hy. en draaft nooyt. het wyfje was een slag kleinder dog had ook horens.
sond de ossen als te voren na het graaf water, dat wel een uur ver was. met ordre om se tegen sons ondergang wederom te brengen. den dag seer heet zynde, en byna geen schaduw, die onder een takkelose mimosa moest soeken, maakte de hette seer onaangenaam,
de ossen met den avond gekomen, reden wy de nog overige drie en een half uur en gingen slapen, daar wy de cameel geschoten hadden in onse optogt, vond Pinar half verdorst hier met enigen van syn volk; en tot myn groot displaisir, dat de wolven en ander gedierte de begraven beenderen opgegraven en geschonden hadden, nam egter enige der beste stukken mede. sterke weste wind in den avond en helft der nagt. onse bosjemans en twe van myn honden bleven weg.


[20th November 1779]

The same weather and wind but a west wind was already blowing in the morning.

We made camp at Gamtei, slightly higher up than on our outward journey because we did not want to ride across the stones.
This morning saw sixteen large elephants and some calves a thousand paces away. They were moving and grazing, and looking at the wagon. Also saw five giraffe with a young one, as well as some quagga. When a giraffe walks it always raises both the legs on one side

[page 28]
at the same time. Otherwise it gallops and never trots. The female was a bit smaller but also had horns.
As before, sent the oxen to the dug-out water-hole which was a good hour distant with orders to bring them back at sunset.
The day being extremely hot and there being almost no shade, I had to seek it beneath a branchless mimosa. This made the heat very unpleasant.
When the oxen returned at evening we rode on for a further three and a half hours and slept where we had shot the giraffe on our outward journey. Found Pienaar and some of his people half dead of thirst here, and found also to my great chagrin that wolves and other animals had dug up the buried bones and destroyed them. But took some of the best fragments with me.
Strong west wind in the evening and half of the night. Our Bushmen and two of my dogs are missing.