Journals

Third Journey (MS 107/2)

6th December 1778


transcription

[6th December 1778]
6
het water van het bad by roux was 112 gr. hette. by grovelaar 104. vond geen yser aanslag als in de andere iets vrang smaak in beide dog de 112 het sterkst: kwam uit harde klippen het silver besloeg niet sout rees in het warme met gisting op

[page 25]
dog kout byna niet. men sag in dese waters, schoon zeer helder iets fyns oprysen als men het schudde met the wierd niet troebel wast schoon het linnen en schuimt ligt. My kwam de grond reuk uit het bad iets swaveligs. een kikvorst die er in sprong was ogenblikkelyk dood.

translation

[6th December 1778]
6

The water in the baths at Roux’s was 112 degrees hot; at Grovelaar’s 104. Found no iron deposits as in the others. There was a somewhat tart taste in both, but strongest in that of 112 degrees. It came from hard rock., it did not tarnish silver. Salt rose in a froth in the hot water, bit it hardly cools off.

[page 25]
Though these waters are very clear one can see something fine rising when one shakes them; it does not go opaque with tea. It washes linen well and foams slightly. The soil at the bath smelt a bit somewhat to me. A frog which jumped into it died immediately.