Journals

Third Journey (MS 107/2)

18th September 1778


transcription

[page 9]
[presumably the night of 17th September]
was om vier uren gaan slapen, coerikei mijn jonge hottentot sou my om vyf wakker maken dog kon my niet wakker krijgen, dus ontwaakte om een uur, door het geraas van de ossen dog het was veroorsaakt door enige hyenas

[18th September 1778]
den 18 Sept:

om seven uren vertrokken, en reden door beter land namentlyk niet so klippig, en meer bloemen misenbriantimums, arttotusses, en Channa bosjes, ook meer vlakte, hebbende de Swarte bergen die sig nu en dan schenen te verliesen op de distantie van een myl op de regte hand, en de lage tygerberg op de linker, alles caro veld, namentlyk gele kleygrond, dog niet so klippig als voorheen, zagen hier ons eerste wild namentlyk, in den morgen een wolf of hyena en veel hunner spoor, ook Een leewe spoor, eenige elanden, gems bokken (pasans), kwaggaas, hartebeesten (bubalissen) en vele struisen waarvan een wyfje schoten, hadden meest het in dit saisoen bijna droge riviertje traka op de linker hand, passeerden ook verscheide volkomen uitgedroogde riviertjes allen zuidoost aanlopende. en spanden na tien uren rydens met de ossewagens by ene om de droogte verlatene plaats, van enen erasmus uit.
Twe van het escorte zyn agter uit gebleven doordien hun paarden weggelopen zijn. door den dag goed weer, even bewolkd. de termometer was met zons opgang 54, op den middag 65 en om twe uren 70 dalende na sons ondergang tot 54. de wind is met de son omgelopen. zynde met den agter middag west slappe koelte.

translation

[page 9]
[presumably the night of 17th September]
Went to sleep at four o’clock. Koerikei, my young Hottentot tried to wake me at five but could not rouse me. So at one o’clock was woken by the noise of the oxen. This was occasioned by a hyena.

[18th September 1778]
The 18th September

We left at seven o’clock and rode through better country, that is to say not so stony and with more flowers, mesembryanthemums, arctotis and ganna bushes; there were more flat stretches as well. On our right we had the Swartberg which appeared and then disappeared at a distance of one mile, and he low Tygerberg was on our left.
Karoo country every where, that is to say yellow clayey soil, but not as stony as before. We saw our first game here, namely a wolf or hyena in the morning and many of their tracks, also a lion-track, some eland, gemsbok (pasans), quaggas, hartebeests (bubalis) and many ostriches, of which I shot a female. Most of the time we had the Traka river, which is almost dry in this season, on our left. Also passed several, completely dried-out rivulets, all running south east, and after travelling for ten hours with the ox wagons, we outspanned at the farm of a certain Erasmus, abandoned on account of the drought. Two of the escorts stayed behind because their horses ran away.

Good weather throughout the day, a little cloudy. The thermometer was 54 degrees at sunrise, 65 degrees at midday, 70 degrees at two o’clock and dropped to 54 degree after sunset. The wind veered with the sun, dropping and becoming cooler from the west in the afternoon.