Journals

Second Journey (MS 107/1/1-2)

21st January 1778


transcription

[21st January 1778]
21

stil desen morgen, wat betrokken lugt. gehoord hebbende van een oude hottentot, by van eenen potgieter wonende, dat hier omtrent een groot schip verongelukt was, en er enige ankers lagen; sond ik om hem, hy sey dat zulks by zyn grootvaders tyd gebeurd was, en was seer confuus in zyn verhaal; ging met hem na strand, tussen de westpunt van de grote inham en dese plaats. wy vonden het water byna hoog zodat wy nog van ankers of een groot metaal of zo hy zeide koper kanon niets konden zien, die ongelukkige menschen hadden in de duinen, enige hutten gemaakt en waren van honger en ongemak, allen gestorven, een oude man had het langst geleeft; zag enige doodshoofden en beenderen die wy begroeven. vonden vele roestige nagels, en enig fyn uigewerkt ivoor een ciborie dog alles vergaan. op strand lagen enige stukken ebbenhoud, hier uit en de gaafheid der tanden der doodshoofden, besloot ik dat het een frans of portugees schip is geweest. terug kerende schoot ik naar een hartebeest, op de schoot barste een grote trop buffels uit het bos regt op my aan, en eer ik te paard kon springen waren zy op twintig treden, toen draayden zy af en liepen weg. keerde met den avond by kok te rug.
het is desen dag smoor heet geweest, met donder lugt in het noorden en in het doorgaan der duinen zodanig dat hard liep om er door te komen uit vrees van te verstikken. hoorden het in den agtermiddag in het noorden donderen. tegen den avond, wierd de wind n w en het begon sterk te wayen en te regenen zonder donder, de regen continueerde den nagt. sag in de sandduinen vele wasbessen struiken.

[page 31]
gepasseerde nagt sterke n.w en w: wind met regen.

translation

[21st January 1778]
21

Calm this morning, sky somewhat overcast.
Having heard from an old Hottentot who lived at a certain Potgieter's that a great ship had been wrecked around here and that there were some anchors, I sent for him. He said that this had happened in his grandfather's time and he was most confused in his story. Went with him to the beach between the west point of the great inlet and this farm. We found the tide almost so high, so that we were unable to see any anchors or pieces of large metal, or as he put it, 'copper' cannon. The unfortunate people had made some huts in the dunes and all died of hunger and discomfort; an old man had lived the longest. Saw some skulls and skeletons which we buried. We found many rusty nails and some finely worked ivory, a ciborium, but it had all disintegrated. There were some pieces of ebony lying on the beach. From these, and from the soundness of the teeth in the skulls, I decided that it had been a French or Portuguese ship. Returning, I shot at a hartebeest. At my shot a large herd of buffaloes burst from the forest right upon me and before I could jump onto my horse they were twenty paces away; then they turned and ran off. Returned in the evening to Kok. It was stifling hot this morning with a thundery sky in the north and so bad while going though that I had to go at a fast pace to get through them from fear of suffocating. In the afternoon we heard thunder to the north. Towards evening the wind turned to the north-west and it began to blow strongly and to rain without thundering. The rain continued in the night. Saw many wax berry-shrubs in the sand-dunes.

[page 31]
A strong north-west and west wind with rain last night.