Journals

Second Journey (MS 107/1/1-2)

1st January 1778


transcription

[page 14]
[1st January 1778]
den 1 January 1778

de wagen is nog niet gearriveerd dog ben niet beschroomt voor de wilden, zynde veels te bang.

gepasseerde nagt koud met sterke regen uit den zuiden. desen morgen betrokken weer z z:o: wind koud weer. omtrent drie uren in den agtermiddag arriveerde de wagen, zy hadden een groot bosvarken geschoten maar geslagt so dat hem niet kon examineren. de hottentotten noemen hem ḱouw ńaba. zynde grond rhinoster. nadat een span varsche ossen gekregen had, verkoos ik nog op staande voet te vertrekken, uit vrees voor het water dat de sesde dag na de regen in de bamboes bergen, ordinair de drift der tarka eerst impassabel maakt, dus vertrok langs deselve weg die tot hier gekomen was, myne reis compagnons bleven nieuwjaar houden, zodra een uur voor sons ondergank in een vlakke kom van boers gebergte kwam zagen wy een teken vuur der wilden op de hoek van een berg daar wy by passeren moesten, liet dierhalven de losse ossen digt by de wagen dryven, maakten het geweer klaar en reed by de wagen. de rug van dit gebergte, schoon even schemerligt passerende, en langs krantsen arriveerden wy omtrent 10 uren s'avons aan de tarkas passagie daar wy de eerste reis geslapen hadden het was seer koud geweest den gehelen dag, vooral in den avond, probeerde met myn hottentots zoon hodies een vlukse jonge kaerel , de drift en vonden het water wassende, dog zeer passabel, en het water dat wy koud verwagteden byna bloed warm, niet tegenstaande de steile oevers, en den donker resolveerde om door te ryden, dat wel gelukte, spanden op den anderen oever uit. trackteerde de hottentotten met tabak en een zoopje en volop schapen vlees, en wy hielden hier ons nieuwjaar, de vier hottentotten van myne reisgenoten waren terug gebleven, sodat nu maar maar met myn volk alleen bleef.

translation

[page 14]
[January 1st 1778]
The 1st of January 1778

The wagon has not arrived yet but I am not apprehensive on account of the savage; they are much too frightened.

Cold last night with heavy rain from the south. Overcast weather this morning, wind south south-east and cold weather. The wagon arrived at about three o'clock in the afternoon. They had shot a large bush-pig but had cut it up so that I could not examine it. The Hottentots call them 'Kouwnaba' which means 'earth-rhinoceros'. After we had obtained a fresh team of oxen I decided to leave at once. being afraid of the water that normally makes Tarkadrift impassable on the sixth day after it rains in the Bamboes mountains.. Thus I left by the same way I had come. My travelling companions stayed to celebrate New Year. As soon as we reached a flat basin in the Boers mountains an hour before sunset we saw a signal fire of the savages on the spur of a mountain which we had to pass. For this reason we ordered the loose oxen to be driven close to the wagon. We prepared our weapons, and I rode next to the wagon. Passing the spine of this range alongside cliffs at just about twilight we arrived at about ten o'clock in the evening at the Tarka crossing, at the place where we had slept on the up-ward journey. It was cold all day, especially in the evening. I tried the ford with my Hottentot's son, Hoedies, a willing young fellow, and found that the water was rising but that it was still very easy to cross. The water which we expected to be cold was almost blood-warm. In spite of the steep banks we resolved to cross in the dark; this succeeded well and we outspanned on other bank. Treated the Hottentots to tobacco, a glassful, and plenty of mutton and here we celebrated our New Year. The four Hottentots of my travelling-companions had stayed behind, so that I was now left alone with my own people.