Journals

Second Journey (MS 107/1/1-2)

19th November 1777


transcription

[19th November 1777]
den 19

hebben gerust geslapen, egter by beurten. en opgepast met ons vee by ons, kregen de visite van een hyaena die egter niet digt by maar fris op huilde. het heeft tamelyk gedaawt, en is weer het schoonste weer van de wareld zonder een wolk aan de lugt, belovende een hete dag
enen oostelyk lugtje zo dat na gedagten, de wind weder met de zon zal megaan en opwakkeren,

vertrokken noordelyk omtrent anderhalf uur horisontaal en over enige lage ruggens waarna wy weder tamelyk hellende door een vlak velt twe en een half uur afdaalden, en by een rivier quam daar het heuvelagtig met riet en lage bosjes was.

[page 60]
en de grond los schoon anders desen dagreis weer hetzelve soort van velt en grond sagen enige elanden waarvan een schoten enige nous spring en bontebokken dog weinig veel hasen die hier klein vallen een onser jagers schoot er een met de kogel de kop af, dog in de sit, hier waaren ook patrysen sagen vele gieren rondom een afgeslagte eland, passeerden lege vooraf genoemde hottentots schiet en jagtplaatsen, ook enige schiet plaatsen die zy in een uitgeholde mierenhoop gemaakt hadden.
zagen weder die damp tegen het gebergte de ruggens die het als gebroken en veel hooger toonde. by de rivier komende had die vele diepe en brede kuilen, en liep hier en daar byna droog, hebbende het in dit hele velt agter sneeuwberg dit jaar weinig geregent. [in margin:] zy komt uit sneeuberg loopt eerst noord daarna hier oost aan dan seggen dhe wilden weder noord in de gariep of grote rivier hieteden dese rivier die soet dog laf water in had hier genoemt na de Edele heer, plettenbergs rivier
hier vonden wy veele zeekoeien dog hippopotamus spoor, en mist en zagen verscheide hottentots koppen die hier voor twe jaar door een commando doodgeschoten zyn, zy hadden de wilden niet kunnen betrappen die met gerooft vee over dese rivier verder getrokken waren dog na enige zeekoejen geschoten te hebben deden zy als of zy vertrokken enige uren terug trekkende, waarna die ongelukkige schepsels om de rest van de zeekoejen kwamen, en omtrent 240 doodgeschoten wierden, dog de boeren zeggen dat zy eerst begonden met pylen te schieten.
hier by deze rivier waaren klipbanken net als aan zee, en desen vertoonden zig dat men zeker zou denken de zee hier geweest was, ook vond enige mosselschelpen en witagtige schelpen die de bosjesmans hier vissen so als ook vis die hier rykelyk is, dog kon niet sien van wat soort.
*[annotated on page 61:] weet nu dat het weke slegte vis is vol graten, lykende een veel na onse carper dog ses lange lellen om de snuit, en de andere veel na onse platvis.
zy maaken een zoort van diepe breede korf van biesen, met gestamt biesen touw gevlogten, en zetten die daar de stroom in naawe kuilen afloopt.
zag enige ouden zodat zy hier na gedagten in lang niet geweest zyn. zagen de rivier langs rydende drie deser hipopotamussen op het water op zy dryvende slapen, zogten se te bekruipen dog zo als schieten wilde roken zy ons boven wind zynde en dooken toen was het aardig hen ieder ogenblik dan hier dan daar, dog tegen wind op, de kop met een geblaas als omtrent een noordkaper boven steken en naar ons kyken, schoot den eersten vlak voor de kop waarop hy dook, dog hadde maar een ordinaire jagt schoot kruit, zodat onse jagers seiden meer te laden om dit taaye dier te schieten, wy kwetsten nog enigen, zynde er vier in dit omtrent een kwartier lang en meest 40 voet breet gat, waarna geen meer zaagen, nu moet men omtrent een paar uur wagten dan dryven de dooden boven water. ging en waste myn hemt also er maar een had in de rivier, en also het heet was verlangde zeer om te swemmen, dog dese dieren doen imant aan in het water

[page 61:]
maat en beschryving der hippopotamus [left blank]

[page 62]
aan. Voor omtrent anderhalf jaar beet er een een hond die hier in geswommen was na het schieten, midden door gaande er eerst me na de grond. my wassende sag iets boven water en liep er met myn geweer na toe, en vond het een door ons geschotene zeekoey die meer en meer hoger begon te dryven, zynde vaal van couleur. sterk na beneden horende schieten, en niet wetende of er de wilden, of iets anders was, also meer dan tien schoten na een hoorde, trok myn hemt half droog aan en rende met myn paart er na toe, er by komende was een grote hippopotamus even gekwest aan de andere zyde uit de rivier gelopen in het riet, reed de rivier op een lage plaats door, en naderde dit dier dat sterk lag te brullen, so sagt mogelyk tot op vier a vyf pas en na hem wat bekeken te hebben, loerende hy naar de jagers die aan de overzyde der rivier stonden.
sag naderhand dat ik hem door en door de kop geschoten had.
zynde zeker een wonderlyk monstreus dier, schoot hem tussen het oog en oor dat er een grote straal bloet uitvloog, hy sparde zyn grote muil wy open en beet aan alle kanten in het riet, al brullende en deed nog effors om na mij toe te komen, dog de regte dood schoot gekregen hebbende,
storte hy zig al spartelende, weer in de rivier en wy sagen hen dood zinken, het was deselve die voor de kop geschoten had hebbende daar een kleine wonde, [annotated on page 63:]doordien op syn gladde harde kop de te kleine schoot afgeschampt was.
toen de jagers hen zagen zoeken de na beneden na een andere kuil te schipperen. gingen na de eerste zeekoey en een hottentot swom er na toe zynde de overige deser dieren hier dood of onderuit gelopen en bond hem een touw om een der poten, hy ging boven op hem zitten en wy trokken hem dus dryvende met nog een ander hottentot boven op hem na de wal en haalden hem met ons 25 na veel moeite uit het water. met onse wagen selen daar de ossen aan trekken, mat en liet het dier na hem geexamineert te hebben uitekenende, zynde een koei.

onse cours was vandaag vier uren noordelyk en in het geheel van sneeuwberg tot hier n:o: t n: het weer is zeer heet geweest ook de wind die noord bleev krygende wy tegen zon ondergank donder en weerligt en den ganschen nagt met tussenposingen regen, waaren zeer op onse hoede, ook voor de zeekoeien die uit het water by het vier [sic] komen en iemant dood zouden trappen. schoon het veel geregent had was het velt nog gans droog en stofferig.
er sprong vandaag een grote hier genaamde tyger anders panther voor de osse wagen, bleef enigen tyd staan en liep toen weg, zag hem niet also wy van de wagen door het velt reden daar vele kleine bles mol (hamster) en muisegaten waaren. dat het jagen te paart wat dangereus maakt.

translation

[19th November 1777]
The 19th

We slept peacefully but in turns, watching over our stock which we kept close to us. We had a visit from a hyena which did not come very near us but which howled sharply. There was a fairly heavy dew and it is again the finest weather in the world, without a cloud in the sky, promising a hot day. There is an easterly breeze so that I suppose the wind will again veer with the sun when it rises.

Departed northwards, going level for about an hour and a half and over a few low ridges, after which we again we descended fairly steeply for two and a half hours across flat countryside, and came to a river where it was hilly, with reed and small bushes,

[page 60]
and where the soil was loose. Although it has been different during today’s journey, it is again the same kind of countryside and soil. We saw some eland, one of which we shot, some gnus and springbok and bontebok, but only a few. We saw many hares which are small here. One of our hunters shot one, taking its head off with the ball, but it was sitting. There were also partridge; saw many vultures around a dead eland. We passed many of the aforementioned Hottentot shooting-. and hunting-places, also other shooting-places which they had made in a hollowed out ant heap. Again saw the vapour over the ridges which appeared broken and much higher. Coming to the river, this had many deep wide pools and in places it almost run dry. This is because over this whole countryside, he Agter Sneeuberg, it has rained very little this year. The river comes from the Sneeuberg, flows north at first, then east to here, then, say the savages, it again flows north into the Garieb or Great River. We called this river, which had sweet but insipid water, the Plettenbergs River, after the noble lord. We found the spoor and droppings of many sea cows (that is to say, hippopotamus) and saw various heads of Hottentots whom had been shot dead here by a commando two years ago. They had been unable to catch the savages, who had crossed this river with stolen cattle, moving on further. But, after having shot some hippopotamus they made as if to return, travelling back a few hours, whereupon the unfortunate creatures came back for the remains of the hippopotamuses and about 240 were shot dead. But the boers say that it was they who first began to shoot at them with arrows.

Here there were rocky reefs at this river just like those at the sea; and had the appearance to certainly make one think that the sea had been. I also found several mussel shells and whitish shells which the Bushmen fish for here. They also catch fish which are abundant here, but I was unable to see what kind they were
[annotated on page 61:] I now know that this fish is poor and soft and full of bones., looking much like our carp but with six long gills about the nose and the other looks much like our flat-fish.
They make a type of deep and wide basket from rushes which is and woven with cords of crushed reeds, and place these where the stream runs into narrow pools. Saw several old ones so I imagine that they have not been here for a long time. Riding along this river we saw three of these hippopotami floating asleep on their sides We tried to stalk them but just as we were ready to shoot they smelled us up wind and then dived under. It was amusing to see them every moment, first here then there, though upwind, sticking their heads out of the water and blowing almost like a whale, while looking at us. I shot the first one right in the front of its head, at which it dived but I was using only ordinary hunting powder; so that our hunters said we should load with more to shoot this tough animal. We wounded a few more. There were four of them in this pool which was forty foot wide and a quarter of an hour long. We did not see any more after this. One has to wait an hour before the dead ones come floating to the surface. Went and washed my shirt in the river as it was the only one I had, and because of the heat longed to have a swim but these animals can attack one in the water.

[page 61]
Measurement and description of the hippopotamus [left blank]

[page 62]
About a year and a half ago, after they had been shot at, one of them bit a dog that was swimming here through the middle, first taking it down to the bottom.
While I was washing, I saw something above water and walked towards it with my gun. I found it to be one of the hippopotamus we had shot, that began to float higher and higher. It was a greyish colour. Hearing loud shooting downstream and not knowing if it was the savages or something else; and since I heard more than ten shots one after the other, I put my shirt on half-dry and ran there with my horse. When I go there, there was a large hippopotamus, lightly wounded which had come out of the river on the other side among the reeds. I rode across the river at a shallow place, and as softly as possible, approached the animal that lay roaring furiously until I got to within four or five pace; and after I had observed it for a time, while it was staring at the hunters who were on the other side of the river, I then saw that I had shot it many times through the head. It was certainly a wonderfully monstrous animal. I shot it between the eye and the ear so that a great stream of blood flowed out. It opened its great muzzle wide and bit on all sides in the reeds, roaring all the time; and it kept trying to get to me but having had the true death-shot, it plunged, floundering back into the water. We saw it sinking, dead. It was the same one I had shot in the front of the head, having a small wound there, because the shot which was too small had glanced off its smooth, hard head. When the hunters saw it trying to escape to another pool downstream,. we went to the first hippopotamus and a Hottentot swam out to it, the rest of these animals here being either dead or having gone under. He tied a rope round one of its legs and went and sat on top of it; and we drew it, floating in this way, with another Hottentot also on top of it, to the bank. With great difficulty the 25 of us hauled it out of the water, using the wagon sails as well which the oxen pulled. Measured the animal there, after having examined and drawn it. It was a cow.

Our course today was four hours northward. In general our course has been north-east by north from the Sneeuberg to here. The weather has been extremely hot, also the wind which has remained in the north. Towards sunset we had thunder and. lightning and there was rain at intervals during the whole night We were very wary from now on mainly of hippopotamus which come out of the water to the fire, and might trample someone to death. Although it has rained heavily the countryside is still completely dry and dusty.
A large tiger (as they are called here) or otherwise panther sprang out in front of the oxwagon. It stood still for a while and then walked off. I did not see it, as we had ridden away from the wagon across country. There were many small blesmol (hamster) holes, as well as mouse-holes, which makes hunting on horseback dangerous.