Journals

Second Journey (MS 107/1/1-2)

19th February 1778


transcription

[19th February 1778]
19

z:o: weinig, dysig weer.
de rivieren afgelopen zynde haaste my om te vertrekken also het weer begon te regenen passeerde verscheide kleine spruiten waarvan eene diep, die in de traca di cou of vrouwedrif lopen en na twe uren distantie, passeerde een laagte door een bos, die rivier

[page 46]
die niet diep nog breed maar vol klippen sterk stroomde, even als de anderen cours hield en uit die bergen quam. hier vond veel mica aan de klippen sitten. de hoogte weder op, en al met draayen westwaards door eenige dallen en riviertjes gereden te zyn quam na anderhalf uur by de kaaymans riviers drift, passeerde ook een bos en een grote hoogte af door de rivier, die ook vol klippen en niet diep was, waarna de hoogte op een uur n:w: aan het bos by de keten bergen, op de hout kappers post kwam. hier lagen ses man passeerde na een half uur distantie, de swartgats rivier die ook als de rest was en by kaaymans drift in deselfde loopt. na een half uur quam op de nieuwaangelegde post, daar niemand, tehuis vond de swarte gats rivier gepasseert synde, was ik buiten de bossen die nogtans ses a agt uren langs de bergen continueren. ook hieuw de regen hier op, de wind even z:o: passeerde al w: aan de hartebeest rivier, by de post desen lopen binnen de eerste punt in zee, quam na door moeras rivier een half uur van de post gepasseert te zyn op de plaats van dirk ubes daar my wat ververste, roelof Camfer legt regt noord van hier in de lange cloof. drie kleine spruiten lopen in dese moerasrivier. na een uur z:w: quam op de plaats van adam bernard, vier spruiten, waaronder kleine en grote palmiet rivier maaken, een groot uur west van hem kliprivier na vier uren distantie z w passeerde grootbrakrivier. die met de zee oploopt passeerde die met laag water. en arriveerde met donker na een uur west op de plaats de rhebok fontein, van de oude ter blanch. daar alle gemak en overvloed vond. het terrein alles outeniquas terrein.

translation

[19th February 1778]
19

Light south-east wind, hazy weather. Since the river had fallen, I hastened to depart because it had started to rain again. Crossed several small streams, one of which was deep. These run into the Traca Di Cou [Touws River] or 'Woman's Drift'. After a distance of two hours I crossed a hollow running through a forest.

[page 46]
The river, which was neither deep nor wide there, was full of stones and flowing strongly. It went in the same direction as the others and came from the mountains. I found much mica in the stones here. When we had once more ridden up the hill and then continued westwards with turns through some valleys and streams for an hour and a half, we came to the Kaaymans River Drift. We also passed a forest, and came down from a great height through the river which was also full of stones and not deep. After this going north-west for an hour up the hill, after this place we arrived woodcutters' post at the forest on the chain of mountains. There were six men here. After a distance of half an hour I crossed the Swartgats River which was also like the rest and which runs into the Kaaymans River at Kaaymansdrift. Came to the newly-established post after half an hour where I found no one at home. Once I had crossed the Swartgats River I was beyond the forests which continue however for six or eight hours along the mountains. The rain also stopped here. The wind was a light south-east. Continuing westwards, crossed the Hartebeest River at the post. This runs into the sea on the inside of the first point. After having gone through the Moeras River a half hour from the post, I came at the farm of Dirk Ubes where I refreshed myself a little. Roelof Kampfer lives due north of here in the Langkloof. Three small streams run into this Moeras River. Went on south-west and after an hour came to Vierspruiten, the farm of Adam Bernard, named after four streams, including the Large and small Palmiet Rivers which then form the Klip River, a good hour west of him. Passed the Great Brak River after a distance of four hours south-west. The sea flows up into this river and I crossed it at low tide, and arrived after an hour westwards at nightfall on the farm Rhebokfontein, belonging to the older Terblanche. Found every comfort there and in abundance. The terrain was all Outeniqua terrain.