Journals

Second Journey (MS 107/1/1-2)

15th October 1777


transcription

[15th October 1777]
den 15

s'morgens examineerden wy het bad, het welk een quartier noord van gildenhuisen aan de z o voet der swarte berg legt. bevond de hette van het bad daar het gebruikt word 100 graden wordende door een onderaardste loop en houte buis in een klein morsig huisje geleid. dog de hette van eene andere straal dewelke omtrent veertig voet lager uit de grond loopt en die niet gebruikt word was van 133 gr. al dit water heeft een sterke yser smaak
ook is het beslag het welk zig overal tegen set okeragtig of er enig zout of swavel in was kon niet ondekken alzo geene genoegzaame tyd hadde, de peil zakte er in tot 4 gra dus was het zeer ligt, het koude water van een andere fontein hier digt by had byna geen yser smaak, en de peil zakte tot 2 graden, men schryft aan dit bad zo door baden als drinken groote kragt toe, het water verwekt zegt men dorst. en het moet een sterk man zyn die het er twintig minuten in uithout, waarna men gaat leggen sweten
de E Compagnie houd hier twe man in een klein huis om de baders te assisteren. de grond omtrent dit bad ziet er swart en verbrand uit en klinkt hol als men er overgaat, ook vind men er veele als ineen gesmoltene

[page 20-21]
yserklippen, dog heb geene regte lava gesien, schoon presumeer dat hier een volcaan omtrent geweest is.

om twaalf uuren smiddags trokken wy noord oost langs de voornoemde swarteberg tot dat wy by een plaats drie fontein ten twe uren kwaamen, waarna wy oost naar de tygerhoek onse coers vervolgden komende wy aldaar omtrent agt uuren s'avands aan na dat wy alvorens by eene kleine hottentots kraal een half uur van de tygerhoek, geweest waaren om de weg te vragen denkende verdoold te zyn.

zo als men de swarte berg verlaaten ziet men een tak bergen de welke agter uit de geroote keten by de franse hoek uitspringt en zig by de hesquas kloof lager wordende verliest. zy loopt ook z o en hiet de rivier sonder ends bergen, lopende die rivier aan de zuidelyke zyde digt aan die bergen, eerst door deselve, by de voornoemde hesquas cloof, nog een uur oostelyk lopende in de breede rivier en dan met dewelke zig ten zuiden in de struisbaay in zee loopt. zagen desen dag veele bonte bokken en reebokken

[annotated on page 19:] S'morgens thermo: om 8 uur 54 mooy stil weer op de middag 70 warm

translation

[15th October 1777]
The 15th

Thermometer at 8 o'clock in the morning 54 degrees Fine, calm weather. Thermometer in the afternoon 70 degrees Warm.

In the morning we examined the baths which lies quarter of an hour to the north of Gildenhuisen on the south-east foot of the Swartberg. Found the temperature of the bath, where it is used, to be 100 degrees. It is led through an underground passage and a wooden pipe into a dirty little hut. However, the temperature of another jet which comes out of the ground about forty foot lower down, and which is not used, was 133 degrees All this water has a strong taste of iron; the sediment which lies on everything is also a sort of ochre colour. I was unable to discover whether it contained any salt or sulphur because I did not have enough time. The lead dropped to 4 degrees thus it was very light. The cold water of another spring near here had almost no taste of iron and the lead fell to 2 degrees. Great powers are ascribed to this bath either through bathing in it or drinking its water. The water is said to cause thirst and it is a strong man who can stay in it for more than twenty minutes, having to lie down and sweat afterwards. The Honourable Company keeps two men in a small house to assist at the baths. The ground around this bath appears black and burnt out and sounds hollow when one walks across it. One also finds many ironstones which seem to have melted together.

[page 20-21] Saw no true lava however, but assume that there must have been a volcano around here once.

At twelve o'clock we departed north-east beside the afore-mentioned Swarteberg until we came to a farm, Driefontein, towards two o'clock after which we pursued our course east to the Tygerhoek, arriving there at about eight o'clock in the evening after we had been to a small Hottentot kraal half an hour from Tygerhoek to ask the way, thinking we were lost.

Leaving the Swarteberg one sees a branch of the mountains which start behind the large chain at Franschhoek, and which later diminish and disappear at the Hessequaskloof. They too run south-east and are called the Riviersonderend mountains. The river runs on the southern side of the mountains, first through the same at the aforementioned Hessequaskloof. It then runs east for another hour and flows into the Breede River which runs in a southerly direction into Struis Bay and into the sea. Saw many bontebok and rhebok today.