Journals

Second Journey (MS 107/1/1-2)

11th December 1777


transcription

[11th December 1777]
den 11

betrokken lugt iets regen in den morgen, z w wind
klaarde met de son op, de twe capiteins kwamen my weder besoeken, gaf hun ieder een hond en een schaap.
Liet my afschilderen en gaf het aan coba liet hem en een zyner vrouwen afschilderen. zag hem desen morgen zyn handen met versche koemist wassen. nam afscheid van haar, en deedt een tour alleen te paard over de visrivier, zag nog enige troppen caffers, keerde voor den middag te rug
passeerde de visrivier iets lager, het land daar door reed was heuvelagtig losse rosse kleigrond met gras en doorn bomen, de sneeuwbergen of liever het voortschietende gebergte vandaar neemt hier als een einde wordende van tyd tot tydt lager dog de visrivier, overzynde schieten de bergen agter verder oostwaards, ook een tak over de rivier zuid waards, dog niet hoog.

vertrok noord oost aan, langs de regter oever der grote visrivier. by de caffers ├│ebaa genaamt een uur van de plaats van erasmus, aan de rivier daar niemand te huis was, en alleen enige hottentottinnen om te melken, quamen wy door een opening in de bergen, in een kom, daar wy de visrivier grote bogen zagen maken, passeerden over ene lage berg, n:o: aan, en quamen aan de plaats daar wy enen esterhuisen het opzigt vonden hebben, horende de plaats aan enen prinsloo, reden by dese plaats door de rivier, waarna wy oostelyker aanreden, door heuvelagtige grasvelden, alles gele rosse en ordinaire kleigrond

[page 84]
zagen hier ene springbok en twe sogenaamde hartebeesten, ook voor het eerst een vogel lykende naar een leeuwerk die in de lugt bleef sweven en zingen dog niet zo aangenaam als onse europeaanse leewrik. arriveerden met sons ondergank aan de plaats van enen kruger, waaren nu drie uren van de ─ćonap, dese plaats is enen der fraaiste en romanesqste situaties die ooit gesien heb; tegen de bergen en in de cloven staan bossen van geel, stink, assagaay yser en andere houten, de velden zyn groen van gras en doornbomen dog weinig bloemen.
onse cours gecoppelt is vandaag o:n:o: vier uren regte linie geweest, dog hebben wel zes door draajen gemaakt.
de wind wierd in den agtermiddag zuid oost styf met regen vlagen.
kout weer vandaag, nogtans wierden wy zeer geplaagt door de vliegen die met grote swermen als wy by een beeste kraal quamen op my vlogen, en mede bleven vliegen.
myn wagen moet by de zogenaamde koks craal aan de overzyde der visrivier komen en daar na my wagten zynde ik te paart tot hier gereden.

translation

[11th December 1777]
The 11th

Overscast sky, with some rain in the morning; wind south west; cleared up at sunrise.
The two chiefrtains again came to visit me. Gave each of them a dog and a sheep. Had a painting done of myself and gave it to Coba. Had him and one of his wives painted. Saw him washing his hands with fresh cowdung this morning. Took leave of them and made a excursion, alone on horseback, across the Fish River. Saw a few more bands of Caffres. Returned before midday, crossing the Fish River a little lower down. The country through which I rode was hilly, with loose reddish-brown clayey soil and grass and thorntrees. The Sneeuberg mountains, or rather the range that extends forward from them, come to an end, as it were, here, gradually becoming lower in certain places; but across the Fish River the mountains extend back further eastwards, and also a branch southwards across the river, though not high.

Departed north east along the right bank of the Great Fish river, called 'Oebaa' by the Caffrers, An hour from Erasmus's farm on the river (where there was nobody at home, only some Hottentot women to do the milking) we came through an opening in the mountains into a basin where we saw the Fish River makes large bends. We crossed a low mountain, heading north east, and came to the farm, where we found a man called Esterhuisen in charge and heard that the farm belonged to a certain Prinsloo. We rode across the river at this place and thereafter went on further eastwards through hilly, grassy countryside with everywhere the usual reddish-brown clayey soil.

[page 84]
Here we saw a springbok and two so-called hartebeests; also saw for the first time a bird that looked like a skylark which kept hovering in the air and singing, though not as sweetly as our European skylark. At sunset we arrived at the farm of a certain Kruger. We were now three hours from the Koonap River. This farm has one of the most beautiful and romantic situations that I have ever seen. Up on the mountain and in the kloofs there are forests of yellow-, stink-, assegai-, iron- and other woods, and the countryside is green with grass and thorn-trees though there are few flowers.
Our overall route today has been east north-east, four hours in a straight line, but it took us a good six hours because of turns. The wind became stiff south easterly in the afternoon with gusts of rain. Cold weather today; we were nevertheless sorely pestered by the flies that flew upon me in great swarms whenever we came to a cattle kraal and kept flying around me. My wagon must go on to so-called Kokskraal on the other side of the Fish River and wait for me there, since I have ridden here on horseback.