Journals

Fourth Journey (MS 107/3/1-2)

27th December 1779


transcription

[27th December 1779]
27

't selfde weer en wind

liet de wagens na klip valey ryden en my daar wagten om dan het onder pad na groene riviers mond te nemen. ging met enige hottentotten die de instrumenten droegen en met Engelbregt oost. kamiesberg op. arriveerden na drie uren rydens. ongemakkelyk klippig pad by Jasper Cloete, op een na de noordelykste plaats van dit gebergte. het terrein is klei en klippen, is met veel en meest zuur gras begroeid ook heiagtige struiken, en sweemt na sneeuwberg, dog dese berg legt niet met horisontale stratas, en verdiepingen als sneeubergen maar irreguliere bonken en ronde gladde katte koppen cos. de plaatsen leggen in kommen en zyn 5 en de kleine namacqua plaats lelifontein noord en west. Sy syn goede paarde plaatsen. arriveerde na een en een half uur op de plaats van den veldwagtmeester P: van den hever. vond hier de hoogte, 3200 voet. byna gelyk met J: cloete. men heeft in die hoge koppen meest geen uitsigt van den berg, en trekken om de koude en sneeuw, de bewoonders met hun vee na beneden in de regen mousson. sliepen hier. hoorden dat de hottentotten een tovermeid dood wilden slaan, om dat sy door tovery, na hunne gedagten, enigen gedood hadden.

translation

[27th December 1779]
27

The same weather and wind.

Let the wagons to travel on to Klipvlei and to await me there, and then to take the lower road to the Groene River mouth. Went east up to Kamiesberg with Engelbregt and some Hottentots who carried the instruments. After a three hours’ ride over a stony, uncomfortable track, arrived at Jasper Cloete’s the most northerly farm but one in these mountains. The terrain is clay and stones. It is well-covered with is mostly sour grass, and also heather-like shrubs as well, and resembles the Sneeuberg. However this mountain does not have horizontal strata and hollows like the Sneeuberg, but irregular masses and little round smooth copies like heads. The farms lie in the basins and there are five of them as well as the Kleine Namaqua farm, Leliefontein, north and west. They are good horse-farms. After one and a half hours we arrived at the farm of the veldwagtmeester P. Van den Hever. Found the height to be 3200 feet, almost the same as at J. Cloete’s. In these high hills one generally has no view of the mountain and the inhabitants trek with their stock to lower country of the rainy season because of the cold and snow. Slept here. We heard that the Hottentots wanted to beat a sorceress to death because, as they thought, she had killed some people with her witch-craft.