Journals

Fourth Journey (MS 107/3/1-2)

22nd September 1779


transcription

[22nd September 1779]
22 woensd:

men kan na de beschryving van de togt van hop, die ses heuvels, koperberg, niet vinden, alles is gebergte, en de plaats is 500 pas ter regter zyde der weg in een rif de wortel van een berg, 2 a 300 voet boven de weg.
ooste wind schoon weer. die met son fors n: wierd term 60 - -
vond de hoogte op de vlakte 2360 voet
spanden quartier voor tienen in en reden n o op. de koperbergs cloof op sagen na een en drie quartier rydens een kleine onegale vlakte voor ons, en aan de linkerhand op 500 treden distantie een klippig tegen t gebergte opgaand rif de kopermyn, zynde seer spaans groen aangeslagen.
[in margin:] vond aan de regterhand der weg nog een groot gat natuurlyk vol spaans groen. daar de klippen donker syn vind men die uitslag.
17 noorder declinatie geeft: 29 – 36 de wind bedierf deze observatie. peilde brakke fontein berg n.o. onse uitspan plaats een 3de myl z w ½ z. uitspanplaats neigenaas fontein n ½ w.

[page 34]
ging na de gaten daar 't spaansgroen uitslag was, vond er drie de grootste was 't hoogste in de krants, en omtrent 5 voet diep uitgebroken, ondersogt en nam vele stukken mede, klom de berg verder op, en vond de hoogste top (zynde een der hoogste klippige ronde bergen egter overal wat kruiden uitgenomen de gladde platen schoon 't van verre anders schynt. vooral in de somer in den omtrek, langste diameter meest paralel aan de zee, en al het selfde gebergte dat by groene riv: kan gerekent worden te beginnen, met kloven en onegale hoogte tussen vlaktens), 3700 voet boven de zee
spanden een uur voor son in en arriveerden na drie uur rydens by een nu tamelyk goed water fontein, gen: neigenaas
op een hoge vlakte omringt met laag gebergte. barometer op de vlakte 2950 voet.

translation

[22nd September 1779]
22 Wednesday

It is not possible to find the six hills (Koperberg) from the description of Hop’s journey. It is mountainous everywhere, and the place is 500 paces to the right side of the road in a cleft of the foothill of a mountain, two to three hundred feet above the road.
East wind; wine weather; at dawn the wind veered right north. 
Thermometer: 60--[blank]- -[blank].
Found the height of this plain to be 2360 ft.

Yoked in the oxen at a quarter to ten and rode north east up into the Koperbergkloof. After travelling for one and three quarter hours we saw a small undulating plain ahead of us and on the left side at a distance of five hundred yards we saw a rocky ridge going up into the mountain: the copper mine, thickly tarnished with Spanish green [verdegris]. Found on the right hand side of the road a large hole full of verdigri; where the rocks are dark one finds this excrescence.

Took latitude: 29 deg. — 53 min. from the zenith. (17 northerly declination shows 29 deg. — 36 min.). The wind spoilt this observation. Took bearings on Brakfonteinberg: north east of our outspan, a third of a mile south west half south; outspan to Neigenasfontein north half west.

[page 34]
Went to the holes where the verdigris was and found three. The largest was highest up in the cliff. and was excavated to a depth of about five feet. Searched and took many pieces away with me. Climbed further up the mountain and found the highest point in these parts, being one of the highest round rocky hills, with many herbs everywhere except the flat slabs, though it looks different from afar, especially in the summer. Its widest diameter was that most parallel to the sea. It can be taken that this is all the same range that begins at Groene River with its kloofs and high undulating plateaux, 3700 feet above sea level. Yoked the oxen an hour before dawn and after three hours’ travel arrived at a spring called Neigenasfontein on a high plateau surrounded by low mountains. Barometer on the plateau 2950 feet.