Journals

Fourth Journey (MS 107/3/1-2)

18th September 1779


transcription

[page 32]
[18th September 1779]
18

de wind oost en minder sterk mooy weer term 50 - 76 - 62 dog waren van avond lager

vertrok na middag met een kleine draay door 't zuid o: tot in het pad daar na noord op, alles seer inegaal terrein, gemengde grond hard met sand en klippen. bosjesveld met vele bloemen meest donker gele arctotussen
men kan dit gebergte rekenen aan namros hoogte te beginnen, en de wortel des kamiesgebergte te zyn, en alles tot na oranjes rivier en verder voortteschieten, alles met kommen en cloven, met hier en daar hoge koppen met klippen van gedaante als de koppen en losse bonken cos ook iets grintagtig sommige en schoon er van verre niets op schynt te groeien, is het egter vol lage struiken, en bloemen, aloes, etc. uitgenomen op die gladde rotskoppen. bewoond van dasjes soort marmotten en bavianen. dus is dit een hoge hobbelige bult, in dit gedeelte van africa, die tot twe en drie myl van zee afschiet omtrent 4 en 5000 voet de hoogste top dat tot nog toe de kamiesberg is. daar ook al het water uit komt.
kouwsi en swart doorn die in groene riviertje loopt beginnen 't verst oost in Camies berg niet ver van een lopen eerst wat oost op daar na swaayt den enen regts en den anderen lingsom en ontfangen dan nog de kleine riviertjes die uit, ieders zyde, klooven komen beoosten engelbregt is de scheiding
dog de riviertje tussen hem en namros oog fontein, maken spoeg rivier.
nieuwkerks fontein riviertje loopt noord op de cloof af. die vandaag vier uur afreed, daar na loopt hy n:w: voegt sig met elleboog fontein die noord op agter engelbregt door een cloof loopt, en lopen na Couwsi, dit riviertje liep als een beekje en had lekker water, dog dit is nu even na de regen.
spanden uit daar het riviertje n w weg loopt, hier by lag een kleine namaqua met vee van eenen gerrit beukus die my melk bragt, ook passeerde ik een kleine kraal namacquas van 5 hutten, en vond hier hottentotten van Pinar die uit het bokkeveld quamen en met my me gingen. de heer Paterson bleef nog by Engelbregt.

translation

[page 32]
[18th September 1779]
18

The wind east and less strong. Nice weather.
Thermometer: 50-76-62. (But we were lower down this evening.)

I departed in the afternoon with a short turn through the south east to the road, and, thereafter northwards. Everywhere very uneven terrain, the soil mixed: hard with sand and stones. Shrub-veld with many flowers, mostly dark yellow arctotis. One can take it that this range begins at Namroos Heights, and that it is the start of the Kamiesberg range; and that it all stretches up to the Orange River and further, with basins and kloofs everywhere with now and then high koppies with stones of the same shape as the koppies, and loose lumps of Cos; also something rather like gravel. Although, from afar, there appears to be nothing growing, it is however full of low bushes and flowers, aloes etc. except on the smooth rocky koppies. Inhabited by dassies, a sort of marmot, and baboons. Thus this is a high broken hump-backed ridge in this part of Africa that shoots upward two or three miles from the sea the highest peaks of which are about four to five thousand feet of which the highest I have across is the Kamiesberg) from where all the wates flow. The Kouwsie River and the Swartdoorn (which runs into the Groenrivier) start not far from one another at the easternmost side of the Kamiesberg. They first run somewhat eastwards, after that the one makes a bend to the right and the other to the left, receiving more little rivulets which come from kloofs on both sides. The watershed is to the east of Engelbregt’s but the rivulets between him and Namroosoogfontein are the start of Spoeg River. Nieuwkerksontein rivulet runs north down the kloof (rode down it for four hours today) after which it runs to the north west It joins Elleboogfontein stream (which runs north through a kloof behind Engelbregt’s) and both run into the Kouwsie. This rivulet ran like a brook and had delicious water, though it is now just after the rain. Outspanned where the rivulet runs off to the north west There was a Kleine Namaqua here with stock belonging to a certain Gerrit Geukes who brought me milk. I also passed a small Namaqua Kraal of five huts and there found some Hottentots of Pienar who had come from the Bokkeveld and who came with me. Mr Paterson stayed behind at Engelbregt’s.