Fourth Journey (MS 107/3/1-2)

15th July 1779


[15th July 1779]

term. 46 - 65 - 53. door den dag z:o: onse coers tot hier peilde van den heuvel n:n:w. ½ W. hebben omtrent 2 myl regte lyn gehaald.
betrokken lugt noord ooste koelte. doordien ons eten op was en wy onse beschuit wilde sparen en de jagt hier niets gaf slagten wy een kalf dat met enige losse koejen mede kwam.
koerikei schoot twe hier genaamde veltmuisen hy had de grote van een kleine blesmol en byna de selfde poten, vier klaauwen voor en vyf agter. egter een staart met kort haair vier ½ duim lang, seer grote testiculen voor so een dier het hair op het lyf was iets ligter als van een rot, voor het overige leek hy meer na een hamster als een rot of muis. sy maaken ondiepe galderyen onder de grond met vele openingen egter niet so gevaarlyk om in te vallen als van de hierlandige sogenaamde mollen. zy zyn seer menigvuldig in dit land. egter by de Caap weer anders. vertrokken n:t:w aan na de elands craal, twe myl van hier. dit is een seer slegt land. observeer hoe langer hoe meer dat alle hoeken of einden deser heuvels met in en uit springende hoeken corresponderen, dog met dit sonderlinge, dat in een distantie van twee hondert pas de heuvels so gesteld zyn dat er in dese plaats vier openingen in deselvde waren, een oost een west, een zuid en een noord. egter kwamen alle

[page 4]
hoeken ieder in zyne eigen directie over een, namentlyk de oost en west strekkende opening had de uit en in springende hoeken of liever wortel der hoogte, zuid en noord; en de zuid en noord strekkende wortel, de hoeken oost en west. dit land alles zulke heuvels zynde, is dit in alle directien het selvde, dus schoon ik vast stelle dat het water over het land geweest is kan de irreguliere stroom dit verschynsel niet geformeert hebben, also men geen twe opposite regulier werkende stroomen so digt by kan veronderstellen. ook observeer ik dat in lage bergen en heuvels daar geen krantsen opgestapelde rots op zyn de rotsen er op meest allen effen rond zyn en de gedaante van den heuvel nabootsen, namentlyk met rond te zyn, en de schilfers die er af vallen tonen als concentrique lagen. het is alles cos roevif seer grof en van verscheiden couleur rosser of graauwer. vinde geen quarts keitjes in dese. dog veel losse quarts hier en daar verstrooit. het veld word harder klei. egter deselve, meest misembriantimums bosjes. schoot van daag een bergrot, hier te lande te onregt dasje genaamt heeft tanden als een rot geen sigtbare staart, en even te voelen heeft vier toonen voor de kleinste even sigtbaar, en drie agter, zynde het formaat der agtervoet veel na een menschen voet swemende. hy leeft van kruiden en gras en is goed om te eten, heeft vier spenen. bruin en sagt van huid. men segt dat hy de ecoulement periodiqúe krygt, dit kon wel die aard olieagtige korst zyn dewelke men dasjes pis noemt. arriveeren na 5 uur frisrydens aan elands fontein, daar het water brak egter meer te eten voor ons vee stond, dat byna verhongert was; cours n: t w:.


[15th July 1779]

Thermometer: 46-65-53.
Wind from south east throughout the day.
Took bearings on our course to here from the hill: north-north-west (½ west). Had a straight line for about two miles. Sky overcast, cool from the North East.

Because our food was finished and we wanted to save our biscuit and because hunting had yielded nothing we slaughtered a calf had accompanied several unyoked cows. Koerikei shot two veldmuisen as they are called here. It was the size of a small blesmol with almost the same paws, four claws in front and five behind. However the tail, 4 _inches long, had short hair and it had very large testicles for such an animal. The hair on its body was somewhat lighter than that of a rat. For the rest it looked more like a hamster than a rat or mouse. They make shallow passages underground with many openings, but not so dangerous to fall into as the holes made by what are called moles in this country. They are very plentiful in this area but at the Cape it is otherwise. Set off north by east toward Elandskraal, two miles from here. This is a very bad country. The longer I observe the more I realise that all the spurs or tips of these hills with receding and advancing angles fit into each other, but with this exception: : across a distance of two hundred paces the hills are so arranged that there are four gaps in them in them there, one east, one west, one south and one north.

[page 4]
In fact all the angles correspond, each in its own direction, that is to say the openings running east -west have advancing and receding angles, or rather the base of the heights, at south and north; and those running north-south have their angles at east and west. This region, consisting entirely of such hills, is the same in all directions. Thus although I conclude that water covered this area, this phenomenon could not have been caused by the irregular currents, as one cannot conceive of two currents pulling in the opposite directions so close to each other. I also observe that in low mountains and hills there are no cliffs or stacked rock-strata. Most of the rocks that one sees on these hills are smooth and round and conform to the profile of the hill: i.e. they are round and the chips that fall from them reveal concentric layers. The country here is all cos (living rock), very rough and of differing colours, sometimes more reddish colour, sometimes more grey. I find are no quartzite pebbles in these; yet much loose quartz spread around. The veld has become a harder type of clay, with still the same vegetation, mostly mesembryanthemum. Shot a “bergrot” today which is wrongly called a dassie in this country. It has the teeth of a rat, and a tail which, though invisible, can be felt. It has four toes in front, the smallest of which is hardly visible, and three behind. The shape of its back foot is very like that of a human being. It lives on herbs and on grass and is good to eat. It has four teats. Pelt brown and soft. It is said that they have the écoulement periodique. This may well explain the oily crust which is known as dassie-piss. After 5 hours hard riding came to Elandsfontein. The water was brack but our cattle, which were nearly starving, had more to eat. Course north by west.