Fifth Journey (MS 107/4)

22nd February 1786


[22nd February 1786]

reed noordelyk aan in een uur na de plaats van J: Hermanus potgieter by de oorspronk van kruisrivier w: tak en na nog een uur door van stadens riv. onderdrift by een F Potgieter die te diep was voor de wagen, omdat de mond aan zee toe was. daarom reed de wagen met een draay over een hoge rug tot by de plaats van potgieter een quartier hoger op daar byna geen water was.
na de steile hoogte die vol kalk steen is opgereden te zyn observeerde ik op de nabysynde hoogte en kon duidelyk de w: hoek van kromm riv: baay sien. Vertrok myn vorig pad langs Galgenbos en spande by loeri riv uit.

schoon weer warm. even z o. en helder
term 75 ­ 86 ­­ 80


[22nd February 1786]

Rode for an hour in a northerly direction to the farm of J. Hermanus Potgieter, near the source of the western branch of the Kruisrivier, and in another hour to the lower ford of the Van Staden’s river at a certain F. Potgieter. This was too deep for the wagon as the mouth had been closed at the sea. For this reason the wagon travelled, with a loop over a high ridge, to Potgieter’s farm, a quarter of an hour higher where there was scarcely any water.
Having ridden up the steep hill which is full of limestone, I took observations from the nearby heights and I could clearly see the western corner of the Krom River Bay. Departed on my previous road, passing Galgenbos, and outspanned at the Loeri River.

Fine weather. Hot. Light south-east wind, and clear.
Thermometer: 75-86-80.