Journals

Fifth Journey (MS 107/4)

19th November 1785


transcription

[page 1]
[19th November 1785]
den 19 November 1785
saturdag

na dat ik gisteren avond myn wagen na de tygerbergen by Schabord, om by de maneschyn in de coelte te ryden, vooruit gesonden had, bespannen met 12 ossen en begeleid door myn ordonnants den soldaat Jansen en den schilder schoenmaker, beneffens myn hottentot Hoedies als wagen ryder, (kunnende syn ouden vader Matroos of iteki niet meer met myn medegaan uit hoofde van siekte en ouderdom), (daar hy seer over aangedaan was), coerikei osseleider, Cabas en den Mosambique slaaf van my Castor als handlangers so ben ik desen morgen ten half seven alleen te Paard na de tygerbergen gereden alwaar by de Heer H:O Eksteen ten quart voor negen arriveerde en om half tien na schabord reed alwaar ten half elf de wagen vond dewelke aldaar in de nagt aangekomen was. na een vriendelyke Maaltyd met schabord en familie genoten te hebben so liet ik ten half vier inspannen en na de zuid hoek van de grote Paarde berg ryden. Jansen reed met my te Paard voor uit. trof circa by de Pompoene Craal
de ordinaire uitspan plaats hier is by uitstek goed fontein water dat door het wit sand uitweld terwyl dat van de tygerbergen seer brak is. myn slaaf Jak dewelke my myn nieuwe Hond Wolf dewelke agter uit gebleven was en een brief van myn lieve vrouw bragt,

[page 1a]
Weer en wind
seer warm tegens middag en door den dag
termometer in de schaduwe
6 uur s'n: 76 Middag 86 Grootste hette 86 6 uur sa: 80
s'morgens aan de Caap Z:O: die gisteren fel woei, door den dag even bewolkte hairige damp lugt als tegen verandering van weer de wind woei na de kant van de paarde berg z:w: so als sig de z:o: gemenelyk door de bergen draaijt.
Observeerde dat de bottelary berg pas even als de Wynberg als voorposten ieder van syn keten zyn. en na malkander toestrekken.
de langsaam en egaal rysende, en in een sluitende ruggens geeft veel nadenken in de aangenome theorie van Buffon, dewyl sulks in alle directien en wel digt by een existeert.

[page 2]
lieten de faisante craal cobus louw op onse linker hand leggen en Passeerde de plaatsen van gerrit louw, adriaan van Rhenen, weduw Niewkek, dan de klipheuvel van tobias mostert, tot dat ons door den donker de plaats van van aarden mis reden verleid wordende door een ligt van de plaats twegat genaamt alwaar wy seer dorstig aankwamen, de wagen was ver agter (de landbouwer Jacob tyssen ontfong mij seer vriendelyk en na my verkwikt te hebben met excellent water en een aangename schrale wyn wees my een syner slaven de weg na van aarde dewelke circa een quatier zuidelyker in de laagte van daar lag de staart van de grote paardeberg genaamt.) het was negen uur en de meeste van het huisgesin waaren al te bed. dit de eerste dag van enige fatigue syn was ik en ook door de ongewone hette vermoeid en ging in een sindelyk vertrek met een planke vloer te rust. de andere vertrekken van ongebakken geformde stenen worden om de veertien dagen met koemist bestreken, sy seggen dit geeft een frisse lugt en beneemt de stof.

[page 2a]
Peilings by van aarden
Midden des tafelbergs z:w: 2 g over tygerberg
Clapmuts bergje z 3g O
Simons berg noorden midden hoogste punt z t o: 3½ o franshoek Paarl noord eind. z:o:t:o: 1 g o
midden z:o: 8 g z
Paardeberg Z: eind. n t o ½ st: O een quartier gaans.
midden n:w:
eind w: 5½ g n.
Klipheuvel W: 4 gr z. t n.
burgers drift n:o: circa drie uur gaans
vogel valey cloof en kerk.
witsenberg hoogste kop schoorsteen n:o: t n 6 gr n
buitenste berg n o t n 7 g n
rodesand berg n o t n
groeneberg o t n
wagemakers valey o 3 g z.
de toits cloof opgang o z o
uitgang ...... o t z

translation

[Page 1]
[19th November 1785]
Saturday

After I had sent my wagon ahead to Schabord’s in the Tygerberg yesterday evening so that it could travel in coolness and by moonlight – it had a team of 12 oxen and was accompanied by my orderly Jansen and the painter Schumacher, in addition to whom my Hottentot Hoedies was wagon-rider (his old father Matroos or Iteki is not able to accompany me anymore because of sickness and age which has upset him very badly), Koerikei led the oxen, while Cabas and my Mozambique slave Castor went as helpers -- this morning I set off alone on horseback at half past six to the Tygerberg and had reached Mr H O Ecksteen’s at a quarter to nine; and at half past nine rode on to Schabord’s where, at half past ten, I found the wagon which had arrived in the night.

Having enjoyed a congenial meal with Schabord and family I had the wagon inspanned at half past three and rode to the southern corner of the Great Paardeberg. Jansen went ahead with me on horseback. Near Pompoenkraal, the usual outspan place -- where there is spring-water that wells up through white sand, while that of the Tygerbergen is very brack -- came upon my slave Jak who brought my new dog Wolf which had been left behind and a letter from my beloved wife.

[Page 1a]
Weather and Wind

Very hot towards noon and throughout the day.

Thermometer in the shade:

6 a.m: Noon At its hottest 6 pm
76 86 86 76

A south-easy wind in the morning at Cape Town which blew fiercely yesterday. Slightly cloudy all day. Foggy moist air as with a change in the weather. The wind blew south west to the side of the Paardeberg as the south-easter usually turns when blowing through the mountains).
Observed that the Bottelaryberg just as the Wynberg are each vanguards of their mountain ranges and that they reach out to each other.

The slowly and regularly rising ridges which join each other makes one reflect much on Buffon’s accepted theory since these run in all directions and yet lie close to one another.

[Page 2]
Left ‘Faisantekraal’ (Cobus Louw’s) on our left side and passed the farms of Gerrit Louw, Adriaan van Rhenen, Widow Niewkek and Tobias Mostert’s ‘De Klipheuvel’ until, because of the dark, we missed Van Aarden’s farm being led astray by a light from the farm called Tweegat, which place we reached in avery thirsty state. The wagon was far behind. The farmer Jacob Tyssen received me extremely kindly and having refreshed me with excellent water and a pleasant, light wine, one of his slaves showed me the way to Van Aarden’s, which lay in the valley about a quarter of an hour to the south from there. (It is called the tail of the Great Paardeberg.) It was nine o’clock and most of the family were already in bed. This being the first day of any efforts, and also fatigued by the unaccustomed heat I went into a clean room with a plank floor to take my rest. The other rooms, of unfired, moulded bricks, are smeared with cow-dung every fortnight. They said it made the air fresh and kept away the dust.

[Page 2a]
Bearings at Van Aarden’s:
Table Mountain, middle: south-west, 2 degrees west across the Tygerberg.
Klapmuts, the small mountain: south 3 degrees, east.
Simonsberg, the high point in the middle: south by east 3½ deg east Franschhoek
Paarl, the northern point: south-east by east, 1 degree east.
[Paarl, the middle point]: south-east 8 degrees south
Paardeberg, south end: north by east ½ east (a quarter of an hour’s travel)
Paardeberg, Middle: N. W.
Paardeberg end: 5½ degree north
Klipheuvel: west 4 degree south by north.
Burgers Drift: north-east.
Voëlvlei Kloof and church, three hours travel.
Witsenberg, highest kopje, the chimney: north-east by north 6 degrees north.
Outermost mountain: north-east by north 7 degrees north.
Rodezand Berg: north-east by north
Groeneberg: east by north.
Wagenmakersvlei: est 3 degrees south
Du Toits Kloof entrance: east-south-east.
Du Toits Kloof exit: east by south