Journals

Letter to Hendrik Fagel, 1st July 1784


transcription

[Letter from R.J. Gordon to the griffier Hendrik Fagel, 1st July 1784
Nationaal Archief, Fagel archief 10.29.2600]

[recto]
Hoog WelGebore Heer!

hope dat UWHWgb: myne vorigen wel sult ontfangen hebben, en steets een goede gesontheid genieten, niettegenstaande de veel vuldige onaangenamen occupatien dewelke UEGHb: sedert 3 jaaren gehad heeft.
ik heb sedert dien tyd alhier een seer onaangenaam leven gehad, en by continuatie nog; veroorsaakt door die regimenten dewelke de company genoodsaakt is geweest om in dese ongelukkige tyden schielyk aan te werven, en van dewelke men niet dan onaangenaamheid heeft, en welks sogenaamt Switsers regiment, synde byna allen franschen, door hunne Capitulatie van Souveraine justitie het welk hun colonel in de uiterste sin oefent gesterkt dagelyks allerley injustities oefenende, en profiterende van de toegevenden en sagten inborst van onsen Gouverneur dewelke met die saken verlegen, veels te veel in schikt en daar door weggevoerd is. dus siet met dagelyks de digniteit van onse natie met voeten treden, onder de fraayste schyn van ons met iever te dienen, het welk egter alleen uitkoomt om ons met onbeschaamtheid te bedriegen door den armen soldaat sig schielyk te verryken, en dan ons bespottende weg te gaan

[verso]
om elders met den plunder van onse swakkheid den gebraden haan te spelen. UWHWGB: sult hier meer van horen, wanneer den Lt: Coll: Sandoz in den haag sal gekomen zijn, denwelken men seker niet wel behandelt heeft, al had hy selfs ongelyk in de zaak gehad, dewyl men selfs den schuldigen geen justitie mag weigeren. insgelyks met den Capitein York. dog ik stap hier van af. ik versoeke UHWGb: desen inleggenden aan syne Hoogheid over te leveren. ik heb dien vorst my voornemen bekent gemaakt om den dienst der Company te verlaten indien er in alle dese disorders niet voorsien word, willende niet weder blootgestelt en verantwoordelyk zijn voor alle die zaken aan dewelke dese colonie onderhevig is geweest, en is, sonder dat ik de auctoriteit heb om sulks te kunnen voorkomen, en egter in het oog van de wareld voor den militairen Commdt. alhier, passeer, en my er my in cas van ongeluk voor sou reponsabel maken. ik heb ook alles ten duidelyksten aan de heren bewindhebbers, op hun versoek, aan de hand gegeven, en wat er tot behoud van dese colonie nodig is. het geen ik hoop dat aangenaam sal zyn geweest.

UWHWGb: kunt ligtelyk begrypen dat myne liefhebberyen hebben moeten stilstaan; ik hoop die egter dese winter (indien geen nieuwe onaangenaamheid die weder stoort) weder bij der hand te nemen.

[recto]
na myn onderdanigst compliment aan UWHWGs familie te hebben versogt en my in de coninuatie van UWHWGb protectie en vriendschap te hebben aanbevolen, heb de eere my met de grootste veneratie te tekenen,

Hoog Wel Gebore Heer!

UW Hoog Wel Geborens onderdanigsten en gehoorsaamsten dienaar R:J: Gordon

de hr le Valiant is de brenger deses, hy heeft ver in dit land als liefhebber der natuurlyk historie, principaal voor vogels, gereisd; en met veel nut. hy is de kleinsoon van de Gouveneur Mauritius te voren te Surinamen.

translation

[Letter from R.J. Gordon to the griffier Hendrik Fagel, 1st July 1784
Nationaal Archief, Fagel archief 10.29.2600]

[recto] Your honour!

I hope that your Honour will have received my previous correspondence and that you still enjoy good health notwithstanding the frequently unpleasant matters you have had to deal with over the past three years.

Since that time I have had here, too, a very unpleasant life, and so it continues still. It is caused by the regiments that the Company has rapidly needed to enrol during these unhappy times, and from which one has only unpleasantness; among them that so-called Swiss regiment, they being almost all Frenchmen, through their complete absence of sovereign justice, which their colonel in the highest degree exercises strengthened daily by practising all sorts of injustices and profiting from the generous and soft heart of our Governor, who, embarrassed with these affairs, is far too accommodating and is therefore kidnapped by them. Thus every day one sees the dignity of our nation trampled on, under the fairest pretense of serving us with force, which only results in unashamedly threatening us through rapidly enriching the poor soldier, and then, having mocked us to go away in order to play the roasted chicken
[verso]
with the plunder of our weakness. Your honour will hear more about this when Lieutenant Colonel Sandos will have reached The Hague, who has not been well treated even though he himself was wrong in this matter. when even the guilty could not escape justice. It was the same with Captain York. Yet I will stop here.

I beseech your Honour deliver this enclosure to his Highness. I have asked that ruler to make known my intention to leave the Company’s service unless all these disorders are provided for, not wishing to be exposed again and responsible for all those matter from which this colony has suffered, and still does, unless I have the authority to be able to prevent such, and actually pass in the eyes of the world as the military Commandant here, and to make me there in case of accident responsible for that. I have also made over most clearly to the administrators, at their request, what is necessary for the keeping of this colony, which I hope will be adopted.

Your Honour will easily understand that my amusements have had to be put aside. I hope to take them up again this winter (if no new unpleasantnesses arise again)

After delivering my most sincere compliments to your Honour’s family, and recommending myself in the continuation of Your Honour’s protection and friendship, I have the honour to sign myself with the greatest veneration, Sir,

Your Honour’s most humble and obedient servant

R.J. Gordon

Mr Le Vaillant is the bearer of this letter. He has travelled far in this land as amateur of natural history, principally birds; and with much success. He is the grandson of the Governor of Mauritius, and formerly at Surinam.